• Maxi30

Stage

Vanaf het derde leerjaar gaan leerlingen op stage. Eerst één dag. Daarna, afhankelijk van de leerling en het stagebedrijf, wordt de stage uitgebreid tot twee of meer dagen. De leerling gaat op stage als de docent vindt dat hij of zij daar klaar voor is. Daarbij wordt gekeken naar de inzet en werkhouding tijdens de theorielessen, diensten en praktijkvakken.
In het OPP geven we aan of je in aanmerking komt voor extra praktijkvakken, een interne stage of een externe begeleide of zelfstandige stage. Interne stage.
De interne stageplekken zijn binnen school. Bijvoorbeeld de dierenweide of het praktijkrestaurant MáxiLekker. Op deze plekken zijn stagebegeleiders aanwezig die verbonden zijn aan de school. Zo krijgt de leerling de mogelijkheid op een veilige manier stage ervaring op te doen.

Externe stage

Een externe stage is een stage bij een bedrijf of instelling. Binnen de externe stage onderscheiden we een oriënterende-, beroepsvoorbereidende- en een plaatsingsstage.

Eerst oriënteren

Tijdens de oriënterende stage leert de leerling de basisvaardigheden van stage en werken. Denk daarbij aan op tijd aanwezig zijn, je correct gedragen en goed omgaan met het materiaal.

Kennismaken beroepsveld

In de beroepsvoorbereidende stage richt de leerling zich op de sector waar hij of zij in de toekomst hoopt te gaan werken. In praktijk ervaar je welke eisen aan de functie worden gesteld en welke afspraken en regels er op de werkvloer zijn.

Werkervaringsplek

Als je weet in welke sector je wil werken en in wat voor functie, ga je op zoek naar een stage bij een bedrijf waar je in de toekomst zou kunnen gaan werken.

Stagecontract

Met het stagebedrijf leggen we het doel, de duur van de stage en de afspraken vast in een contract. In principe begin je met één dag per week. Wanneer dit goed loopt, kan dit worden uitgebreid tot 2, 3 of 4 dagen. De duur van de stage is afhankelijk van de leerling en van het bedrijf. Stage is onbetaald.

Stageboekje

Wanneer een leerling start met een stage ontvangt hij/zij een stageboekje. Hierin houdt de leerling per stagedag zijn werkuren bij. Ook leg je kort vast wat je hebt gedaan, hoe dat is ervaren, wat je hebt geleerd en of er knelpunten zijn. De stagebegeleider ondertekent dit stageverslag.

Stagebeoordeling

De docent of stagecoördinator bezoekt regelmatig het stagebedrijf en bespreekt dan met de stagebegeleider hoe de stage verloopt. Zo worden knel- en verbeterpunten duidelijk die vervolgens tijdens de schooldagen worden opgepakt. Van zijn bezoeken aan het stageadres maakt de docent een kort verslag. Aan het eind van de stageperiode vullen de stagebegeleider en de docent het stagebeoordelingsformulier in.

Voor meer informatie kunt u terecht bij: Robert Rijsdijk, stagecoördinator van het Máximacollege

terug naar sectoren